Vandaag staat in het teken van deze twee gedichten:
5. Bernard Dewulf
‘Insomnia’
(Liefste)
Hoe is het met ons. De ochtend wijkt nu
in de holle uren en wij slapen niet gelijk.
Je ligt in vleugels ingewikkeld en ik
kijk. Je vliegt nog niet. Maar hoe je ligt.
Kijk, een eenhoorn zoekt je schoot.
Hoe zou het, magdalena, met ons zijn.
Nooit weet iemand hoe het met ons is.
Wees gegroet, nooit slapen wij gelijk.
Nooit zullen wij onze mantels verlaten.
Laten wij dus slapen, dan maar ongelijk,
alsof er iets is dat ons mist.
uit: Bernard Dewulf, Blauwziek (2006), p. 31.
Jurymotivatie
Bernard Dewulf, Blauwziek (Atlas)
Blauwziek is een sterk gecomponeerde bundel, waarin opvallend veel gekeken wordt. Niet alleen naar kunst op canvas (zoals in o.m. de Bonnard-cyclus) maar ook naar het tableau vivant van iedere dag. In beide gevallen toont Dewulf zich een meesterlijk observator van de liefde.
6. Peter Ghyssaert
‘Omdat ik de liefde niet het standbeeld had’
Omdat ik de liefde niet het standbeeld had
gegeven dat haar toekwam, nam zij wraak op mij,
zij metselde mij in. Het gezang van honderden vogels
stroomde door de avond. De hand die mij inmetselde
zag ik niet. Het laatste licht kwam binnen, ik stuurde
het weg, het verraadde de liefde die werkte en
volmaakt werd. Ik stelde mij haar gewaden voor
en sloot mijn ogen. Ik plaatste zelf de laatste steen.
uit: Peter Ghyssaert, Kleine lichamen (2005), p. 29.
Jurymotivatie
Peter Ghyssaert, Kleine lichamen (Querido)
Deze dichter is met zijn sterke beelden onmogelijk in een of ander vakje te stoppen. De taferelen die hij oproept zijn tegelijk alledaags en ongewoon. Het gewone en het absurde wisselen elkaar af. Dat levert in deze bundel schitterende, bevreemdende prozagedichten op.
5. Bernard Dewulf
‘Insomnia’
(Liefste)
Hoe is het met ons. De ochtend wijkt nu
in de holle uren en wij slapen niet gelijk.
Je ligt in vleugels ingewikkeld en ik
kijk. Je vliegt nog niet. Maar hoe je ligt.
Kijk, een eenhoorn zoekt je schoot.
Hoe zou het, magdalena, met ons zijn.
Nooit weet iemand hoe het met ons is.
Wees gegroet, nooit slapen wij gelijk.
Nooit zullen wij onze mantels verlaten.
Laten wij dus slapen, dan maar ongelijk,
alsof er iets is dat ons mist.
uit: Bernard Dewulf, Blauwziek (2006), p. 31.
Jurymotivatie
Bernard Dewulf, Blauwziek (Atlas)
Blauwziek is een sterk gecomponeerde bundel, waarin opvallend veel gekeken wordt. Niet alleen naar kunst op canvas (zoals in o.m. de Bonnard-cyclus) maar ook naar het tableau vivant van iedere dag. In beide gevallen toont Dewulf zich een meesterlijk observator van de liefde.
6. Peter Ghyssaert
‘Omdat ik de liefde niet het standbeeld had’
Omdat ik de liefde niet het standbeeld had
gegeven dat haar toekwam, nam zij wraak op mij,
zij metselde mij in. Het gezang van honderden vogels
stroomde door de avond. De hand die mij inmetselde
zag ik niet. Het laatste licht kwam binnen, ik stuurde
het weg, het verraadde de liefde die werkte en
volmaakt werd. Ik stelde mij haar gewaden voor
en sloot mijn ogen. Ik plaatste zelf de laatste steen.
uit: Peter Ghyssaert, Kleine lichamen (2005), p. 29.
Jurymotivatie
Peter Ghyssaert, Kleine lichamen (Querido)
Deze dichter is met zijn sterke beelden onmogelijk in een of ander vakje te stoppen. De taferelen die hij oproept zijn tegelijk alledaags en ongewoon. Het gewone en het absurde wisselen elkaar af. Dat levert in deze bundel schitterende, bevreemdende prozagedichten op.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten