er schiet niet veel over van de mens die ’s nachts
naar monsters in de kast zwaait. een hoopje wanhoop,
te lamgeslagen om de koude vloer te overmeesteren,
weg te rennen naar het toilet of naar hen die nu vast
slapen. in gedachten wordt gewaarschuwd voor
wassend water, voor onontgonnen mijnen, geisers
en abrupte erupties. het zijn illusies, dat weet de
buitenstaander, diegene aan de andere kant van de deur.
het zou bijvoorbeeld een broer of zus kunnen zijn.
Wat is een pentest en hoe zet je die succesvol in?
-
Stel je voor: je bent CEO van een groot bedrijf. Iedere dag vertrouwt een
enorme groep klanten op jouw organisatie om hun gevoelige data veilig te
houden. ...
1 jaar geleden

1 opmerking:
Ik lees dit gedicht nu voor de tweede keer en besef nu pas de geruststelling van zo'n laatste zin. Het blijft mooi.
Een reactie posten