zaterdag 24 december 2005

en dan alleen in bed

er schiet niet veel over van de mens die ’s nachts
naar monsters in de kast zwaait. een hoopje wanhoop,
te lamgeslagen om de koude vloer te overmeesteren,
weg te rennen naar het toilet of naar hen die nu vast

slapen. in gedachten wordt gewaarschuwd voor
wassend water, voor onontgonnen mijnen, geisers
en abrupte erupties. het zijn illusies, dat weet de
buitenstaander, diegene aan de andere kant van de deur.

het zou bijvoorbeeld een broer of zus kunnen zijn.

1 opmerking:

Anoniem zei

Ik lees dit gedicht nu voor de tweede keer en besef nu pas de geruststelling van zo'n laatste zin. Het blijft mooi.